Met de Bron naar de top!

Ergens half september 2013 was het moment. Het moment dat ik de telefoon pakte om me aan te melden bij de Bron voor een uurtje fitness.

“Begin 50 en nog lekker willen blijven sporten kan niet langer zonder een beetje conditioneel bij te trainen”, besefte ik me. Bovendien was ik inmiddels heel wat kilootjes te zwaar dus het moest er nu toch echt van komen. En omdat mijn vrouw ook al bij de Bron trainde belde ik maar eens naar het voormalig oude klooster aan de Herenweg. Ik kon bij Patrick Vos terecht voor een intake. Vaststellen van de conditie, meting vetpercentage en bloeddruk en het bespreken van mijn doelen. Patrick bevestigde in voorzichtige bewoordingen dat er inderdaad werk aan de winkel was. Ik kon op dinsdagavond terecht.

Ik kreeg een breed trainingsprogramma. Hardlopen op de crosstrainer, fietsen, roeien en krachttraining voor armen en benen. Door trouw iedere dinsdag te komen ging mijn conditie snel vooruit. Ik merkte ook direct resultaat bij het zaalvoetballen; mijn conditie daar verbeterde ook. Met die wetenschap durfde ik in december ja te zeggen op de vraag van mijn fietsvrienden of ik mee wilde doen met het beklimmen van de Mont Ventoux. Dat was in december 2013 en we zouden eind mei gaan. Nu is ja zeggen snel gedaan maar vervolgens kwam natuurlijk het besef. De Mont Ventoux, de kale berg, staat onder wielrenners bekend als één van de zwaarste beklimmingen die er is. Mijn conditie was dan wel verbeterd inmiddels maar dit was toch andere koek. Hiervoor moet je heel goed getraind zijn en natuurlijk moeten die overbodige kilo’s eraf. Samen met Patrick heb ik besproken welke oefeningen aangepast moesten worden. Plus een beetje beter opletten met eten en vooral met snoepen. En natuurlijk vanaf 5 januari elke zondagochtend fietsen. Langzaam kwam vervolgens het moment van de beklimming dichterbij. En daarmee werd de twijfel over mijn conditie ook groter. Zeker bij het lezen van de vele boeken over de ervaringen van Ventoux beklimmers.

Woensdag 27 mei vertrokken wij richting de Provence. Wij is Mies, Buut, Jos, Marc, Ronald, Bert en ik. En Flansch was er in gedachte ook bij.
Ons onderkomen die dagen was een luxe huis op de col de Veaux, met schitterend uitzicht op de Mont Ventoux, de dame die ons al verleidelijk toelachte in het avondzonnetje en ons zowaar een blik waardig gunde.
 

Je kunt de Mont Ventoux via drie routes beklimmen. Het plan was om donderdag, als opwarmertje, de Ventoux te beklimmen langs de “makkelijkste” kant. En zo geschiedde. Vanuit Sault begonnen we de 26 kilometer lange beklimming eerst met een paar honderd meter licht afdalen. Maar al snel startte een gestage en continue klim omhoog met een gemiddeld stijgingspercentage van 4,4%. Jos zette er direct een aardig tempo in en achteraan brokkelden de eersten eraf. Iedereen reed in eigen tempo omhoog. Eerst een lang stuk door het bos. En bij chalet Reynard aangekomen direct door naar de top! Na 1 uur en 56 minuten bereikte Marc als eerste het observatoire, op de top van de Ventoux. Vier minuten later kwam ik al binnen, kort gevolgd door Jos en Bert. Vervolgens arriveerden ook Buut en Mies begeleid door onze enthousiaste aanmoedigingen. Nu was het wachten nog op Ronald, ook bekend als Ronny Boy. Turend in de diepte van het maanlandschap ontwaarden wij ver onder ons een ridder te voet; ik bedoel een lopende fietser. Ook Ronald maakte nu dus zijn opwachting en bereikte uiteindelijk de top en onder grote euforie vierden wij allen onze eerste beklimming van de kale berg! Het was koud dus de meegebrachte jacks werden snel aangetrokken. Gelukzalig lieten wij ons op de foto vastleggen waarna wij in vliegende vaart terug omlaag reden. Eerst tot het monument ter nagedachtenis aan Tommy Simpson, de in 1967 op de Ventoux overleden wielrenner. Een speciaal en emotioneel moment, met onze gedachten bij onze net overleden vriend Flansch. En vervolgens terug naar Sault van waaruit wij waren gestart. Wij lieten ons op het terras de pasta, lasagne en vooral de biertjes goed smaken.

De volgende dag stond in de planning als rustdag. Geen beklimming van de Ventoux dus maar een ritje rondom. De 55 kilometer lange tocht via Malaucene naar Bedoin en terug bleek echter allerminst een rustig ritje. Venijnige colletjes, zoals de Madeleine, maar ook twee lekke banden en een door Bert gemiste afslag zorgden ervoor dat we zonder uitgebreid te kunnen lunchen pas laat in de middag terug keerden bij ons vakantiehuis.
 

Zaterdag stond de tweede beklimming in de planning. Bij het ontbijt sloeg de twijfel toe. Wie gaat er vandaag wel omhoog, wie niet? Toch wel, toch niet.
Uiteindelijk besloten Ronald en Buut om zich te sparen voor de zondag; dat moest tenslotte de grote dag worden met de zwaarste beklimming van de drie. De zaterdag betrof dus de beklimming uit Malaucene. Ronald en Buut zouden ons die dag met de auto volgen, fotograferen, duwen, bidons aanreiken, of een lift geven.

De rit van zaterdag was duidelijk andere koek dan de beklimming van afgelopen donderdag zo merkten we. Kilometerslange stijgingen variërend van 7 tot 12, 13 procent zogen alle kracht uit je lichaam. Niet alleen de benen maar ook mijn rug ging nu zeer doen. Tergend langzaam stegen we omhoog waarbij de snelheid soms terugzakte naar nog maar 7 of zelfs 6 kilometer per uur. Langs een randje sneeuw langs de weg bereikten we uiteindelijk de top. Opnieuw klokte Marc de snelste tijd, ruim boven de 2 uur nu, gevolgd door Mies die onderweg even een paar kilometer in de ploegleiderswagen was gestapt. Dan volgden Bert en Jos en kwam ook ik boven. Met nog een laatste blik over het onherbergzame maar zo typerende maanlandschap van de Ventoux werd de afdaling weer ingezet. Mies remde wat teveel hetgeen hem op een klapband kwam te staan maar het liep gelukkig goed af (reden dat nestor Jos ons die avond vaderlijk heeft toegesproken, al citerende uit het door hem meegebrachte boek “de kunst van het dalen”). In de afdaling zag ik kans om de zo zwaar en met veel moeite omhoog gesleepte kilo’s nu eens in mijn voordeel in te zetten. Dat de teller daarbij op 78 km/uur kwam te staan zullen we thuis maar niet vertellen.
Moe maar voldaan is ‘s avonds de BBQ aangestoken.

Zondag 31 mei: de apotheose, de zwaarste beklimming vanuit Bedoin. Vanaf het fonteintje in Bedoin werd de 21,5 kilometer lange klim van gemiddeld 7,7% gestart. Bert reed vanuit het vertrek snel weg. Het eerste deel lagen de stijgingspercentages nog niet heel hoog en kon nog makkelijk getrapt worden. Na 5 kilometer koers begon het echte werk. We reden het bos binnen en moesten gedurende ruim 10 kilometer stijgingspercentages tussen 9 en 12 procent de baas worden. Tergend langzaam, met opnieuw snelheden die met moeite de zes of zeven kilometer per uur haalden, werd kilometer voor kilometer bedwongen. Eindelijk kwam na 16 kilometer chalet Reynard in zicht. Daar aangekomen bleken Marc en Jos te wachten op de rest en bleek Bert net vertrokken voor de laatste klim naar de top. Nadat ook Buut en Wit zich meldden werd aan het laatste deel van de klim begonnen. Opnieuw werden wij door de fotografen langs de kant op de gevoelige plaat vastgelegd. Onze snelheid was dermate laag dat het hen geen enkele moeite kostte om tijdens het passeren nog een visitekaartje in onze achterzak te stoppen. We passeerden weer het monument van Tommy Simpson waarna de laatste kilometer met 11% stijgingspercentage zich aankondigde. Bovengekomen bleken Marc en Jos zich na Bert al op de top gemeld te hebben. Na mij volgden Buut en Mies onder de luide aanmoedigingen van de anderen. Hoewel het zonnetje wat meer scheen dan op de andere dagen was het toch nog fris. Vanaf het dak van de Ventoux zochten onze ogen naar Ronny Boy. Telkens als we dachten dat we hem hadden gespot bleek het toch weer om een andere renner te gaan. Na lang wachten en bij het ontbreken van sms-contact werd uiteindelijk besloten de weg omlaag te kiezen. Het bleek dat Ronny Boy halverwege was omgekeerd en heerlijk in het zonnetje in Bedoin op ons zat te wachten.
Daarmee kwam een einde aan een fantastische ervaring, een geweldige prestatie en een paar hele mooie dagen. Vol trots kijken wij hierop terug.

Uiteraard bedank ik daarvoor Patrick die mij hielp om mij conditioneel hiervoor klaar te stomen. Zo realiseerde ik me dat als je wilt, ongeacht je conditie, vorm of leeftijd, alles trainbaar is. Nooit gedacht dat ik nog eens die vermaledijde Mont Ventoux op een fiets zou beklimmen maar met de juiste training en bewust eten zijn blijkbaar de grootste doelen te realiseren.
Nieuwe doelen lonken nu! Voor volgend jaar maar weer eens met Patrick overleggen wat de nieuwe aanpak moet worden ….

Frank Meijer